Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
23 april 2021.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of privé-opnames van een vennoot onder een vennootschap onder firma (v.o.f.) na beslaglegging onder het derdenbeslag vallen. De zaak betrof een vordering van de weduwe en dochters van een overleden vennoot tegen diens broer, die mede-vennoot was.
De vordering was gebaseerd op een eerder opgelegd vonnis tot betaling van een groot bedrag aan de weduwe en dochters. Zij hadden conservatoir beslag gelegd op onroerende zaken en derdenbeslag onder de v.o.f. De betwisting richtte zich op de vraag of de betalingen door de v.o.f. aan de vennoot na beslaglegging, die privé-opnames betroffen, onder het beslag vielen.
Het hof oordeelde dat deze voorschotbetalingen voortvloeiden uit een bestaande rechtsverhouding en dat de vennoot namens de v.o.f. een juiste verklaring had moeten afleggen. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep, waarbij werd benadrukt dat de uitleg van de v.o.f.-overeenkomst en de beoordeling van de omstandigheden niet onbegrijpelijk waren. Tevens werd geoordeeld dat de eisvermeerdering van eiser na cassatie niet toelaatbaar was.
De Hoge Raad veroordeelde eiser tot betaling van de proceskosten en bevestigde het arrest van het hof van 20 augustus 2019.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat privé-opnames van de vennoot onder derdenbeslag vallen.