Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
20 april 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die op 2 januari 2018 werd betrapt op het besturen van een voertuig onder invloed van amfetamine. Het bloedonderzoek vond plaats na een termijn van één uur en zevenenveertig minuten, wat de wettelijke termijn van anderhalf uur overschrijdt zoals gesteld in artikel 12 lid 3 van Pro het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer. De verdediging stelde dat dit een onherstelbaar vormverzuim opleverde, waardoor het bewijs niet gebruikt mocht worden.
De rechtbank en het hof oordeelden echter dat deze termijnoverschrijding niet leidt tot het ontbreken van een geldig onderzoek in de zin van artikel 8 lid 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de termijn is ingesteld om de betrouwbaarheid van het bloedonderzoek te waarborgen, maar dat een overschrijding niet automatisch betekent dat het onderzoek onbetrouwbaar is. Het voorschrift heeft vooral betrekking op het voorkomen dat de verdachte onnodig wordt opgehouden en niet direct op de juistheid van het resultaat.
De Hoge Raad verwijst naar de toelichting bij het Besluit en eerdere jurisprudentie, waarin is vastgesteld dat het bloedonderzoek nog steeds een betrouwbaar resultaat geeft van de op dat moment aanwezige concentratie van de stof in het bloed. Het cassatieberoep wordt daarom verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd; het bloedonderzoek is geldig ondanks de termijnoverschrijding.