Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
2.Uitgangspunten en feiten
€ 583,12 per maand voor de dochter en van € 461,41 per maand voor de zoon. Voorts heeft de rechtbank in deze beschikking een door de man te betalen bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de vrouw opgelegd van € 6.137,-- per maand.
3.Beoordeling van het middel in het principale beroep
4.Beoordeling van het middel in het incidentele beroep
5.Beslissing
in het incidentele beroep:
16 april 2021.