ECLI:NL:HR:2021:555
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in belastingproceskostenzaak
In deze zaak heeft belanghebbende beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarin het hoger beroep van de heffingsambtenaar tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland werd behandeld. Het geschil betrof een verzoek van belanghebbende om veroordeling in proceskosten.
De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten van het cassatieberoep beoordeeld en heeft daarbij ook het advies van de procureur-generaal betrokken. Gezien de inhoud van het cassatieberoep heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het beroep duidelijk niet kan slagen.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad het beroep zonder nadere motivering niet-ontvankelijk verklaard. Tevens ziet de Hoge Raad geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten.
Het arrest is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, en werd op 9 april 2021 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek tot veroordeling in proceskosten wordt afgewezen.