Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
6 april 2021.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf centraal. Het hof had de verdachte vrijgesproken van het feit van zaaksbeschadiging, dat de grondslag vormde voor de vordering tot tenuitvoerlegging, maar gelastte toch de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke taakstraf op grond van een ander bewezen verklaard feit, namelijk rijden onder invloed.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechterlijke beoordelingsvrijheid bij de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging beperkt is tot de grondslag van die vordering. Het hof had onterecht de tenuitvoerlegging bevolen op basis van een feit dat niet aan de vordering ten grondslag lag. Dit is in strijd met de geldende wet- en regelgeving, waaronder de artikelen 14g en 14i Sr (oud) en de huidige bepalingen in het Wetboek van Strafvordering.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof voor zover het de tenuitvoerlegging betrof en verwees de zaak terug naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor hernieuwde beoordeling. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen. Hiermee wordt bevestigd dat de rechter bij tenuitvoerlegging strikt gebonden is aan de grondslag van de vordering van het openbaar ministerie.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest voor zover het de tenuitvoerlegging betreft en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.