ECLI:NL:HR:2021:184

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 februari 2021
Publicatiedatum
4 februari 2021
Zaaknummer
19/05439
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 42 Fw
Verwijzingen
4 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling paulianeuze financieringsovereenkomst bij herstructurering pandrecht

In deze zaak stond centraal of een kredietovereenkomst met vestiging van een pandrecht, waarbij de financiering werd herstructureerd op verzoek van de pandhouder, paulianeus was en daarmee benadeling van schuldeisers opleverde. De curator in het faillissement van de debiteur stelde dat de herstructurering onrechtmatig was en vernietiging verdiende.

De procedure begon bij de rechtbank Overijssel, waarna het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het geschil behandelde. De curator stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof, terwijl Rabobank een voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep instelde. Beide partijen concludeerden tot verwerping van elkaars beroep.

De Hoge Raad heeft de klachten van de curator beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, is geen nadere motivering gegeven. Het voorwaardelijk incidentele beroep van Rabobank behoeft geen behandeling.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van de curator en veroordeelt hem in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee wordt het arrest van het hof bekrachtigd en blijft de financieringsovereenkomst met pandrecht in stand zonder dat sprake is van paulianeuze benadeling van schuldeisers.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de curator wordt verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer19/05439
Datum5 februari 2021
ARREST
In de zaak van
Gerben Mark VOLKERINK, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [A] B.V.,
kantoorhoudende te Zwolle,
EISER tot cassatie, verweerder in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
hierna: de curator,
advocaat: E.J.H. Zandbergen,
tegen
COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
hierna: Rabobank,
advocaat: T.T. van Zanten.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/08/203663 / HA ZA 17-297 van de rechtbank Overijssel van 4 oktober 2017 en 7 maart 2018;
het arrest in de zaak 200.239.716/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 3 september 2019.
De curator heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Rabobank heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor Rabobank mede door M.E. ten Brinke.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de curator heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel in het principale beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het principale beroep;
  • veroordeelt de curator in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Rabobank begroot op € 2.763,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de curator deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op
5 februari 2021.