ECLI:NL:HR:2021:1774
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende, een vennootschap gevestigd te [Z], heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een betalingstermijn van vier weken gesteld. Hoewel de brief is ontvangen, is het griffierecht niet voldaan.
Vervolgens heeft de griffier belanghebbende opnieuw bij aangetekende brief in de gelegenheid gesteld om een verklaring te geven voor het niet betalen van het griffierecht. Ook deze brief is ontvangen, maar belanghebbende heeft geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) leidt het niet voldoen van het griffierecht tot niet-ontvankelijkheid van het beroep in cassatie. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.