Uitspraak
zetelend te Apeldoorn,
wonende te [woonplaats],
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beantwoording van de prejudiciële vraag
4.Beslissing
19 november 2021.
Hoge Raad
In deze prejudiciële procedure stelde het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden de vraag aan de Hoge Raad of het Kadaster als rechthebbende kan worden aangemerkt op een aandeel in het saldo van de notariële kwaliteitsrekening van een notaris, voor vorderingen wegens inschrijvingskosten en recherchekosten.
De Hoge Raad ging uit van de feiten dat de notaris Anotaris failliet was verklaard, dat het Kadaster kosten factureerde voor inschrijving en recherche, en dat deze kosten onbetaald bleven. De notariële kwaliteitsrekening dient ter bescherming van derden en cliënten, waarbij rechthebbenden aanspraak kunnen maken op een evenredig aandeel in het saldo.
De Hoge Raad stelde vast dat het Kadaster als derde partij kan worden beschouwd als rechthebbende indien een partij bij de overdracht van een registergoed een bedrag ten behoeve van het Kadaster op de kwaliteitsrekening heeft bijgeschreven. Dit betekent dat het Kadaster aanspraak kan maken op dat aandeel in het saldo van de kwaliteitsrekening.
De Hoge Raad wees tevens op het Reglement beperking uitbetaling derdengelden (BUD), dat de notaris toestaat om betalingen aan derden zoals het Kadaster rechtstreeks te verrichten indien dit in nauw verband staat met de transactie. De Hoge Raad besloot de prejudiciële vraag bevestigend en begrootte de proceskosten.
Uitkomst: Het Kadaster is rechthebbende op een aandeel in het saldo van de notariële kwaliteitsrekening voor zijn vorderingen wegens inschrijvings- en recherchekosten.