ECLI:NL:HR:2021:168
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad herberekent proceskostenvergoeding in parkeerbelastingzaak
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door het College van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam en maakte bezwaar. Na eerdere verwijzing door de Hoge Raad oordeelde het Gerechtshof Den Haag in het voordeel van belanghebbende en kende proceskostenvergoeding toe voor beroepsmatige bijstand.
Belanghebbende stelde dat het hof ten onrechte geen halve punt had toegekend voor een conclusie van repliek in de procedure bij het Gerechtshof Amsterdam. De Hoge Raad stelde vast dat dit processtuk inderdaad als conclusie van repliek was aangemerkt en dat de heffingsambtenaar gelegenheid tot dupliceren had gekregen.
Daarom moest het hof bij de berekening van de proceskostenvergoeding een half punt toekennen. De Hoge Raad vernietigde het hofarrest voor zover het de proceskostenvergoeding betreft, herrekende de vergoeding en veroordeelde het College in de kosten van het cassatiegeding en de eerdere procedures.
Uitkomst: De Hoge Raad herberekent de proceskostenvergoeding en veroordeelt het College tot betaling van in totaal € 1.587 plus griffierecht en kosten cassatie.