ECLI:NL:HR:2021:1605
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake inkomstenbelasting 2015
Belanghebbende was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor het jaar 2015, inclusief de daarbij opgelegde belastingrente. Na een uitspraak van de Rechtbank Den Haag en een hoger beroep bij het Gerechtshof Den Haag, stelde belanghebbende cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de ingebrachte klachten van belanghebbende beoordeeld, maar geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft daarbij geen inhoudelijke motivering gegeven, omdat de klachten geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatten, zoals bedoeld in artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten aan de wederpartij toe te wijzen. Het beroep in cassatie is derhalve ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof blijft in stand.