Uitspraak
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
2.Uitgangspunten en feiten
Psychiater:
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
29 januari 2021.
Hoge Raad
In deze zaak stond centraal of de rechter een zorgmachtiging kan verlenen voor meer vormen van verplichte zorg dan door de officier van justitie is verzocht. De rechtbank Noord-Nederland had een zorgmachtiging verleend voor diverse vormen van verplichte zorg, aangevuld met de zorgvorm 'insluiten', hoewel de officier van justitie deze niet had gevraagd. Tijdens de mondelinge behandeling gaf de zorgverantwoordelijke psychiater aan dat 'insluiten' per abuis niet in het verzoekschrift was opgenomen, maar wel noodzakelijk werd geacht.
De Hoge Raad oordeelde dat op grond van artikel 6:1 lid 10 Wvggz Pro in verbinding met artikel 23 Rv Pro de rechter niet vrijstaat om meer toe te wijzen dan verzocht, tenzij de wet anders bepaalt. Artikel 6:4 lid 2 Wvggz Pro biedt geen grondslag voor het opnemen van andere vormen van verplichte zorg dan door de officier van justitie is gevraagd. Een wetsvoorstel tot wijziging van deze bepaling was nog niet in werking getreden, zodat vooruitlopen daarop niet is toegestaan.
De Hoge Raad vernietigde daarom de beschikking van de rechtbank en wees de zaak terug voor verdere behandeling. De klacht dat de rechtbank buiten de grenzen van het verzoek was getreden, slaagde. De overige klachten werden niet behandeld omdat deze niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug omdat de rechtbank zonder verzoek van de officier van justitie de verplichte zorgvorm 'insluiten' heeft toegevoegd.