ECLI:NL:HR:2021:1559

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 oktober 2021
Publicatiedatum
18 oktober 2021
Zaaknummer
21/01299
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 552a SvArt. 552b Sv
Verwijzingen
7 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging beschikking rechtbank inzake teruggave beslag op verbeurdverklaarde hond

De klaagster verzocht teruggave van een hond die op 2 februari 2021 onder haar inbeslag was genomen. De rechtbank Noord-Holland verklaarde het klaagschrift op 15 maart 2021 ongegrond. Later bleek dat de hond bij vonnis van 21 juli 2021 in een strafzaak tegen de ex-partner van klaagster onherroepelijk verbeurd was verklaard. Omdat tegen dit vonnis geen hoger beroep was ingesteld, was het definitief.

De Hoge Raad overwoog dat wanneer een gerecht dat bevoegd is een klaagschrift op grond van artikel 552a Sv behandelt, constateert dat het voorwerp inmiddels onherroepelijk verbeurd is verklaard of onttrokken aan het verkeer, het klaagschrift moet worden opgevat als een klaagschrift op grond van artikel 552b Sv. Indien het gerecht niet bevoegd is om dit te behandelen, moet het de stukken doorzenden naar het bevoegde gerecht.

In deze zaak werd het vonnis met verbeurdverklaring pas in de cassatiefase onherroepelijk. De Hoge Raad vernietigde daarom de beschikking van de rechtbank en verwees de zaak voor verdere behandeling naar het gerecht dat bevoegd is op grond van artikel 552b Sv. Tevens werd vastgesteld dat door de verbeurdverklaring het beslag is beëindigd, waardoor klaagster niet ontvankelijk is in cassatie.

Uitkomst: Hoge Raad vernietigt beschikking rechtbank en verwijst zaak naar bevoegd gerecht op grond van artikel 552b Sv.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/01299 B
Datum19 oktober 2021
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland van 15 maart 2021, nummer RK 21/001524, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klaagster],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
hierna: de klaagster.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot het niet-ontvankelijk verklaren van klaagster in haar beroep.

2.Ambtshalve beoordeling van de beschikking van de rechtbank

2.1
Bij een op 8 februari 2021 ter griffie van de rechtbank Noord-Holland ingediend klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) is namens de klaagster om teruggave verzocht van een op 2 februari 2021 onder haar inbeslaggenomen hond. Daartoe is namens de klaagster gesteld dat die hond haar toebehoort. De rechtbank heeft het klaagschrift bij beschikking van 15 maart 2021 ongegrond verklaard.
2.2
Uit door de advocaat-generaal ingewonnen inlichtingen bij de rechtbank Noord-Holland, zoals vermeld in zijn conclusie onder 3, blijkt dat de hond waarvan de klaagster teruggave verzoekt bij vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 21 juli 2021 in de strafzaak tegen [betrokkene 1] is verbeurdverklaard. Tegen dit vonnis is geen hoger beroep ingesteld, zodat dit onherroepelijk is.
2.3
Als het gerecht dat bevoegd is tot afdoening van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv constateert dat sinds de indiening daarvan de betreffende voorwerpen bij inmiddels uitvoerbare beslissing ten laste van een ander zijn verbeurdverklaard of onttrokken aan het verkeer, moet dit klaagschrift worden opgevat als een klaagschrift als bedoeld in artikel 552b Sv. Indien dat gerecht, gelet op het tweede lid van dat artikel, niet bevoegd is tot behandeling van het zo opgevatte klaagschrift dient het te bepalen dat de griffier de stukken zal zenden naar het tot die behandeling wel bevoegde gerecht. (Vgl. HR 23 november 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC9284).
2.4
In dit geval is het vonnis met daarin de verbeurdverklaring van de genoemde hond pas in de cassatiefase van de beklagzaak onherroepelijk geworden. Ook voor die situatie heeft te gelden dat het klaagschrift moet worden opgevat als een klaagschrift als bedoeld in artikel 552b Sv. De Hoge Raad zal met vernietiging van de beschikking van de rechtbank de zaak voor verdere afdoening en behandeling verwijzen naar het op grond van het tweede lid van artikel 552b Sv bevoegde gerecht.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- bepaalt dat de stukken ter verdere behandeling en afdoening zullen worden gezonden naar de rechtbank Noord-Holland.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
19 oktober 2021.