ECLI:NL:PHR:2021:978
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens onherroepelijke verbeurdverklaring hond in dierenmishandelingszaak
Klaagster verzocht via een klaagschrift op grond van artikel 552a Sv om opheffing van beslag en teruggave van haar hond, die in beslag was genomen in verband met een strafzaak tegen haar ex-partner wegens dierenmishandeling. De rechtbank Noord-Holland wees dit verzoek af, omdat klaagster nog samenwoonde met haar ex-partner die de hond mishandelde en het niet onwaarschijnlijk was dat de hond verbeurd zou worden verklaard.
Tijdens de cassatieprocedure informeerde de Hoge Raad ambtshalve naar de voortgang van de strafzaak tegen de ex-partner. Uit de informatie bleek dat de politierechter de ex-partner op 21 juli 2021 veroordeelde en de hond verbeurd verklaarde, zonder dat hoger beroep werd ingesteld. Hierdoor werd de verbeurdverklaring onherroepelijk.
De Hoge Raad oordeelde dat het beslag daarmee was beëindigd en dat klaagster niet ontvankelijk was in haar cassatieberoep. De zaak werd vernietigd en verwezen naar het bevoegde gerecht voor verdere behandeling, conform artikel 552b Sv. Dit arrest bevestigt de procedurele regels omtrent beslag en verbeurdverklaring in strafzaken en de gevolgen voor het vervolg van klaagschriften.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onherroepelijke verbeurdverklaring van de hond.