ECLI:NL:HR:2021:1484
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep ongegrond inzake navorderingsaanslagen inkomstenbelasting
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad. Het geschil betreft navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2012 en 2013, inclusief de daarbij gegeven beschikkingen inzake belastingrente.
De Hoge Raad heeft het middel van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat dit middel niet leidt tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat beantwoording van de vragen niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft het arrest van het Gerechtshof Den Haag in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof blijft in stand.