ECLI:NL:HR:2021:1481
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over navorderingsaanslagen inkomstenbelasting 2012 en 2013
Belanghebbende heeft cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende en het incidenteel hoger beroep van de Inspecteur tegen de navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2012 en 2013, de boetebeschikkingen en de beschikkingen inzake belastingrente heeft behandeld.
De Hoge Raad heeft de aangevoerde middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft het oordeel van het hof ongewijzigd en is de navordering inclusief boetes en rente definitief bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het hofarrest bevestigd.