ECLI:NL:HR:2021:1473
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Ambtshalve verlaging van navorderingsaanslagen en boetes in inkomstenbelasting en Zorgverzekeringswet
Belanghebbende was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2010 tot en met 2014, de boetebeschikkingen voor die jaren, en aanslagen inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet voor 2015 en 2016. Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch had in hoger beroep bepaalde aanslagen en boetes vastgesteld.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van belanghebbende beoordeeld en de middelen niet ontvankelijk verklaard omdat deze niet leidden tot vernietiging. Wel heeft de Hoge Raad ambtshalve geoordeeld dat het Hof een aantal navorderingsaanslagen niet tot de juiste bedragen had verminderd. Daarom vernietigt de Hoge Raad de uitspraken voor zover zij betrekking hebben op deze aanslagen en boetes.
De Hoge Raad heeft de navorderingsaanslagen over de jaren 2010 tot en met 2014 verminderd tot lagere belastbare inkomens, met behoud van overige aanslagelementen, en de boetes verlaagd tot 30 procent van de nagevorderde belasting. Ook zijn de aanslagen voor 2015 en 2016 in de inkomstenbelasting en de Zorgverzekeringswet verlaagd. Daarnaast is het griffierecht van belanghebbende vergoed.
De uitspraak bevestigt dat de Hoge Raad ambtshalve kan ingrijpen in de hoogte van belastingaanslagen en boetes indien deze niet correct zijn vastgesteld, ook als dit niet door partijen is aangevoerd.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep gegrond, vernietigt de eerdere uitspraken en vermindert ambtshalve de navorderingsaanslagen en boetes over 2010-2016.