ECLI:NL:HR:2021:1380
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende uit Marokko had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Centrale Raad van Beroep inzake een geschil met de Sociale Verzekeringsbank. De Hoge Raad onderzocht de ontvankelijkheid van het beroep. Uit de stukken bleek dat het beroepschrift pas op 6 mei 2021 was ontvangen, terwijl de wettelijke termijn van zes weken op 9 april 2021 was verstreken.
De Hoge Raad stelde vast dat het beroepschrift niet tijdig was ingediend volgens artikel 6:7 en Pro 6:9 Awb. Belanghebbende werd in de gelegenheid gesteld om een toelichting te geven op de overschrijding, maar maakte hier geen gebruik van. Daarom werd het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest werd in het openbaar uitgesproken op 24 september 2021 door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.