ECLI:NL:HR:2021:1208
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak Centrale Raad van Beroep in sociaal zekerheidscoördinatie
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep inzake een verzoek tot het sluiten van een overeenkomst op grond van artikel 16 van Pro Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van sociale zekerheidsstelsels voor de jaren 2010 tot en met 2012.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Daarbij was het niet noodzakelijk om inhoudelijk op de vragen in te gaan, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep ongewijzigd van kracht.
Het arrest werd gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, en in het openbaar uitgesproken op 6 augustus 2021.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep blijft in stand.