ECLI:NL:HR:2020:894

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 mei 2020
Publicatiedatum
17 mei 2020
Zaaknummer
19/01774
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 46b SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak poging doodslag met giftig bestrijdingsmiddel

De zaak betreft een poging tot doodslag waarbij de verdachte haar destijds 4-jarige zoontje probeerde te vergiftigen met het insecticide Aldicarp. De verdachte stelde onder meer dat zij vrijwillig was teruggetreden door het bellen van het alarmnummer, en dat er geen opzet op levensberoving was. Het gerechtshof Amsterdam had haar veroordeeld.

In cassatie heeft de verdachte beroep ingesteld tegen het arrest van het hof. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen. De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad hoefde geen nadere motivering te geven omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het arrest is gewezen door de vice-president en vier raadsheren en uitgesproken op 19 mei 2020. Het cassatieberoep is verworpen, waarmee het hofarrest in stand blijft.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor poging tot doodslag blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/01774
Datum19 mei 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 2 april 2019, nummer 23-003474-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma, V. van den Brink, A.L.J. van Strien en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
19 mei 2020.