ECLI:NL:HR:2020:827
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J. Koopman
- E.N. Punt
- P.M.F. van Loon
- L.F. van Kalmthout
- E.F. Faase
- Rechtspraak.nl
Berekening van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek bij samenwerkingsverbanden
Belanghebbende, samen met haar echtgenoot vennoot in een vennootschap onder firma (vof), maakte aanspraak op de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) over investeringen in 2016. De Rechtbank Den Haag had de KIA vastgesteld op basis van het totale investeringsbedrag van de vof, maar de verdeling en berekening van het aandeel van belanghebbende waren onderwerp van geschil.
De Hoge Raad bevestigt dat iedere vennoot wordt geacht een eigen onderneming te drijven en dat de winstberekening per vennoot plaatsvindt. De KIA wordt berekend voor de belastingplichtige en niet voor het samenwerkingsverband als zodanig. Voor de bepaling van de KIA wordt het totale investeringsbedrag van het samenwerkingsverband samengeteld, waarna het aandeel van de individuele vennoot wordt bepaald naar evenredigheid van diens investeringen.
De Hoge Raad verduidelijkt dat bij toepassing van de KIA-tabel, vooral bij vaste bedragen in de tabel, een tussenstap nodig is om ongerijmde gevolgen te voorkomen. Dit houdt in dat het KIA-bedrag wordt uitgedrukt als een percentage van het totale investeringsbedrag, waarna het aandeel van de vennoot wordt berekend. De Rechtbank heeft dit in de onderhavige zaak correct toegepast, waardoor het beroep van belanghebbende wordt verworpen.
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt de juiste berekening van de KIA voor belanghebbende.