ECLI:NL:HR:2020:560
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens gebrek aan machtiging
In deze zaak heeft [X] beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep betreffende beschikkingen over de jaren 2013 en 2014 en verzoeken om schadevergoeding. Het beroep werd mede namens 34 andere personen ingesteld. De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener verzocht binnen zes weken een bewijsstuk te overleggen waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om het beroep in cassatie in te dienen namens deze personen, of een verklaring van instemming van hen.
Ondanks een aangetekende brief waarin dit verzoek werd gedaan en die volgens Track&Trace is afgeleverd, heeft de indiener geen machtiging of verklaring overgelegd. De Hoge Raad concludeert daarom dat de indiener niet bevoegd was om het beroep in cassatie namens deze personen in te dienen.
Op grond hiervan verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er wordt geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools en is op 3 april 2020 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging.