Uitspraak
gevestigd te [vestigingsplaats],
beiden wonende te [woonplaats],
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
7 februari 2020.
Hoge Raad
In deze zaak stond centraal of eigenaren van het dienend erf gehouden zijn tot de verbreding van een erfdienstbaarheid van weg. Eiseres stelde dat de notariële akte van levering zodanig moet worden uitgelegd dat zij niet gehouden zijn tot verbreding, terwijl verweerders dit betwistten.
De procedure begon bij de rechtbank Den Haag met vonnissen in 2016, waarna het gerechtshof Den Haag in 2017 en 2018 arresten wees die de uitleg van de erfdienstbaarheid betroffen. Eiseres stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof van 16 oktober 2018.
De Hoge Raad heeft de klachten van eiseres beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest kunnen leiden. Het hofarrest wordt bevestigd zonder nadere motivering, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de rechtsontwikkeling of rechtseenheid volgens artikel 81 lid 1 RO Pro.
Het beroep wordt verworpen en eiseres wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, die nihil zijn begroot aan de zijde van verweerders. Het arrest is gewezen op 7 februari 2020 door de raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.