ECLI:NL:HR:2020:1797
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake ambtshalve vermindering belastingaanslagen
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 oktober 2019, waarin het hoger beroep van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant werd behandeld. Deze uitspraken betroffen verzoeken om ambtshalve vermindering van aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor de jaren 2012, 2013 en 2014.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft daarbij geen nadere motivering gegeven, omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Daarnaast heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het beroep in cassatie is daarom ongegrond verklaard, waarmee de uitspraak van het hof in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.