Uitspraak
zetelende te Moskou, Rusland,
gevestigd te Nicosia, Cyprus,
gevestigd te Nicosia, Cyprus,
gevestigd te Douglas, Isle of Man,
2.Uitgangspunten en feiten
3.Bevoegdheid van de Hoge Raad
4.Beslissing
25 september 2020.
Hoge Raad
Deze uitspraak van de Hoge Raad betreft de vraag of de Hoge Raad bevoegd is kennis te nemen van een verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging van een arbitraal vonnis op grond van art. 1066 lid Pro 2 (oud) Rv, terwijl er een cassatieberoep loopt tegen de vernietiging van dat vonnis.
De zaak betreft arbitrale procedures tussen de Russische Federatie en de aandeelhouders van Yukos Oil Company, waarbij arbitraal schadevergoedingen zijn toegekend. De Russische Federatie heeft deze arbitraal vonnissen laten vernietigen door de rechtbank, maar het hof heeft deze vernietiging weer teruggedraaid. De Russische Federatie is in cassatie gegaan tegen het hof.
Tijdens deze cassatieprocedure heeft de Russische Federatie bij de Hoge Raad een verzoek ingediend om de tenuitvoerlegging van de arbitraal vonnissen te schorsen en om zekerheid te stellen. HVY betwistte de bevoegdheid van de Hoge Raad om over dit verzoek te oordelen.
De Hoge Raad stelt dat de term 'de rechter die omtrent de vernietiging oordeelt' in art. 1066 lid Pro 2 (oud) Rv ook de Hoge Raad omvat tijdens cassatie. De parlementaire geschiedenis en de tekst van de wet ondersteunen dit. Ook het feit dat de griffier van de rechtbank het verzoek moet doorsturen, sluit de bevoegdheid van de Hoge Raad niet uit.
De Hoge Raad verklaart zich daarom bevoegd om kennis te nemen van het verzoek tot schorsing en het verzoek tot zekerheidstelling. Verder wordt de beslissing aangehouden en krijgen partijen gelegenheid tot een verweerschrift.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart zich bevoegd kennis te nemen van het verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het arbitraal vonnis tijdens cassatie en houdt verdere beslissing aan.