Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
HERSTELBESCHIKKING
gevestigd te Den Haag,
zetelende te Den Haag
18 september 2020.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 17 juli 2020 een beschikking gegeven waarin het cassatieberoep van de Groepsondernemingsraad Rijk (GOR Rijk) werd verworpen en GOR Rijk werd veroordeeld in de kosten van het geding aan de zijde van de Staat. Vervolgens heeft de advocaat van GOR Rijk verzocht om verbetering van het dictum van deze beschikking, omdat de kostenveroordeling in strijd zou zijn met art. 22a van de Wet op de ondernemingsraden.
De Hoge Raad heeft vastgesteld dat er sprake was van een kennelijke fout in de oorspronkelijke beschikking, die eenvoudig hersteld kon worden. De plaatsvervangend Procureur-Generaal heeft geen aanvullend advies uitgebracht. De Hoge Raad heeft vervolgens de fout hersteld op grond van art. 31 Rv Pro, waarbij het dictum is aangepast tot een eenvoudige verwerping van het beroep zonder kostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door de raadsheren Tanja-van den Broek (voorzitter), Kroeze en Sieburgh en in het openbaar uitgesproken door Kroeze. Deze herstelbeschikking verduidelijkt de juiste toepassing van de wettelijke bepalingen omtrent kostenveroordelingen in zaken waarin de Wet op de ondernemingsraden een rol speelt.
Uitkomst: De Hoge Raad herstelt de beschikking door het dictum te wijzigen en verwerpt het cassatieberoep zonder kostenveroordeling.