ECLI:NL:HR:2020:1390
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in belastingzaak
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dat het hoger beroep behandelde over de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de jaren 2010 tot en met 2014.
Het beroepschrift voldeed echter niet aan de vereisten van artikel 6:5, lid 1, letter d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat het niet de gronden van het beroep bevatte. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende daarop schriftelijk gewezen en een hersteltermijn van zes weken geboden.
Belanghebbende heeft geen gebruikgemaakt van deze gelegenheid om het verzuim te herstellen. Daarom heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 6:6 Awb Pro. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden in het beroepschrift.