Uitspraak
gevestigd te Tilburg,
gevestigd te [vestigingsplaats],
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
26 juni 2020.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam het besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders van GGN Brabant Beheer B.V. vernietigd en GGN Brabant bevolen haar jaarrekening over 2016 en volgende jaren aan te passen. De aanpassing betrof het eigen vermogen, waarbij de ingekochte eigen aandelen door [verweerster] buiten beschouwing moesten worden gelaten.
GGN Brabant stelde in cassatie dat deze verplichting onjuist was omdat volgens artikel 2:373 lid 3 BW Pro het kapitaal niet wordt verminderd met het bedrag van ingekochte eigen aandelen. De Hoge Raad volgde de conclusie van de Advocaat-Generaal dat het oordeel van de ondernemingskamer op dit punt onjuist was en vernietigde de beschikking voor zover het eigen vermogen (nominaal kapitaal en agio) moest worden aangepast.
De Hoge Raad bepaalde vervolgens zelf dat GGN Brabant haar jaarrekening zo moet inrichten dat het eigen vermogen (specifiek het agio) wordt verantwoord met uitsluiting van de ingekochte aandelen. Daarnaast veroordeelde de Hoge Raad [verweerster] in de kosten van het cassatiegeding. De overige klachten werden niet ontvankelijk verklaard omdat deze niet relevant waren voor de rechtsontwikkeling.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt deels de beschikking en bepaalt dat het agio exclusief de ingekochte eigen aandelen moet worden verantwoord in de jaarrekening.