ECLI:NL:HR:2020:1022

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 juni 2020
Publicatiedatum
5 juni 2020
Zaaknummer
19/03041
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk na intrekking cassatiemiddel

In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam. Namens verdachte werd een cassatiemiddel voorgesteld door zijn advocaat. Vervolgens heeft de raadsman het cassatiemiddel ingetrokken, waardoor het cassatieberoep feitelijk geen grond meer had om te worden behandeld.

De advocaat-generaal concludeerde dat de verdachte niet-ontvankelijk moest worden verklaard in het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat, nu het cassatiemiddel was ingetrokken, het beroep niet in behandeling kon worden genomen, overeenkomstig eerdere jurisprudentie (HR 30 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4299).

De Hoge Raad heeft daarom het beroep niet-ontvankelijk verklaard en het arrest van het gerechtshof Amsterdam gehandhaafd. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren van de strafkamer tijdens een openbare terechtzitting.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens intrekking van het cassatiemiddel.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/03041 E
Datum16 juni 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam, economische kamer, van 24 oktober 2018, nummer 23/002607-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1939,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.S. Nan, advocaat te ’s‑Gravenhage, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. Bij brief van 11 november 2019 heeft de raadsman het cassatiemiddel ingetrokken.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het ingestelde cassatieberoep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Nu het cassatiemiddel is ingetrokken, kan de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling nemen (vgl. HR 30 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4299).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
16 juni 2020.