ECLI:NL:PHR:2020:598

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
21 april 2020
Publicatiedatum
12 juni 2020
Zaaknummer
19/03041
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 37 Gezondheids- en welzijnswet voor dierenArt. 38 Gezondheids- en welzijnswet voor dierenArt. 45 Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verdachte in cassatie wegens intrekking cassatiemiddel in economische zaak

De verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor meerdere overtredingen van voorschriften uit de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, waarbij hij samen met anderen feitelijk leiding gaf aan de verboden gedragingen. De opgelegde straffen bestonden uit geldboetes en stillegging van de onderneming.

De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest, maar trok het enige cassatiemiddel in dat in de cassatieschriftuur was voorgesteld. Hierdoor resteren geen middelen van cassatie meer.

De Procureur-Generaal concludeert dat de verdachte niet in cassatie kan worden ontvangen. Dit betekent dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk wordt verklaard en het arrest van het hof in stand blijft.

Er is sprake van samenhang met twee andere zaken (19/03042 en 19/03045) waarin eveneens conclusies zijn uitgebracht. De zaak betreft een economische strafzaak met meerdere overtredingen van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens intrekking van het cassatiemiddel.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer19/03041 E
Zitting21 april 2020

CONCLUSIE

B.F. Keulen
In de zaak
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1939,
hierna: de verdachte.
1. De verdachte is bij arrest van 24 oktober 2018 door het Gerechtshof Amsterdam wegens 1. ‘overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 45 van Pro de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, terwijl verdachte tezamen en in vereniging met een ander feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd; en; overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 38 van Pro de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, terwijl verdachte tezamen en in vereniging met een ander feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd’; 2. ‘overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 37 van Pro de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, terwijl verdachte tezamen en in vereniging met een ander feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd’; 3. ‘overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 38 van Pro de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, terwijl verdachte tezamen en in vereniging met een ander feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd’; 4. ‘overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 37 van Pro de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, terwijl verdachte tezamen en in vereniging met een ander feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd’; 5. ‘overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 45 van Pro de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, terwijl verdachte tezamen en in vereniging met een ander feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd; en; overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 38 van Pro de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, terwijl verdachte tezamen en in vereniging met een ander feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd’ alsmede 6. ‘overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 37 van Pro de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, terwijl verdachte tezamen en in vereniging met een ander feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd’, veroordeeld tot (wegens het onder 2, 4 en 6 bewezenverklaarde) een geldboete van € 2.000,00 subsidiair 30 dagen hechtenis alsmede (wegens elk van de onder 1, 3 en 5 bewezenverklaarde feiten) de stillegging van de onderneming van de verdachte waarin het economisch delict is gepleegd telkens voor de duur van één maand.
2. Er bestaat samenhang met de zaken met de nummers 19/03042 en 19/03045. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
3. Het cassatieberoep is ingesteld door de verdachte. Mr. J.S. Nan, advocaat te 's-Gravenhage, heeft één middel van cassatie voorgesteld.
4. Bij brief van 11 november 2019 heeft de raadsman van de verdachte het in de cassatieschriftuur voorgestelde middel ingetrokken. Gelet daarop resteren geen middelen van cassatie meer, waardoor de verdachte niet in het cassatieberoep kan worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt ertoe dat Uw Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG