Op 8 maart 2013 trof de douane op twee locaties in Nederland 10 miljoen onverzegelde sigaretten aan zonder dat hierover accijns was geheven. Belanghebbende werd strafrechtelijk veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk overtreden van het accijnsverbod. Na inbeslagneming werden de sigaretten onder ambtelijk toezicht vernietigd.
De Inspecteur legde vervolgens een naheffingsaanslag accijns op omdat belanghebbende de sigaretten buiten een accijnsschorsingsregeling voorhanden had. Het gerechtshof bevestigde deze naheffing en wees het beroep van belanghebbende op teruggaaf van accijns af, omdat vernietiging onder ambtelijk toezicht geen reden is voor teruggaaf.
In cassatie stelde belanghebbende onder meer dat hij als partijgetuige had willen optreden en bewijs had willen overleggen. De Hoge Raad oordeelde dat een partij niet als getuige kan worden gehoord in belastingzaken en dat het hof voldoende gelegenheid had geboden tot het overleggen van stukken. De middelen faalden en het cassatieberoep werd ongegrond verklaard.