Uitspraak
gevestigd te [vestigingsplaats],
gevestigd te Rosmalen,
2.Uitgangspunten en feiten
de vorderingen’.
”
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
22 november 2019.
Hoge Raad
In deze zaak stond centraal of een vordering van [A] op Heijmans stil verpand was aan [eiseres] op grond van een pandakte. De pandakte van 27 januari 2014 vermeldde een lijst met specifieke vorderingen die verpand waren, maar de vordering op Heijmans stond niet op deze lijst. [eiseres] stelde dat de vordering wel was verpand op grond van een eerdere algemene stampandakte en de bedoeling van partijen.
De rechtbank wees het verweer van Heijmans af en kende de vordering toe, maar het hof vernietigde dit vonnis en wees de vordering af. Het hof oordeelde dat bij stil pandrecht de lijst met expliciet vermelde vorderingen leidend is en dat de pandakte geen aanknopingspunten bevatte om de vordering op Heijmans alsnog als verpand te beschouwen. De bedoeling van partijen is niet relevant als die niet uit de akte zelf blijkt.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof. De uitleg van de pandakte moet plaatsvinden aan de hand van de Haviltex-maatstaf, maar het bepaaldheidsvereiste vereist dat de pandakte zodanige gegevens bevat dat achteraf kan worden vastgesteld om welke vordering het gaat. Het hof had terecht geoordeeld dat de vordering niet voldoende bepaald was en dat het bewijsaanbod van [eiseres] niet relevant was. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van [eiseres] wordt verworpen; de vordering is niet stil verpand omdat deze niet voldoende bepaald was in de pandakte.