Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2019:1840

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 november 2019
Publicatiedatum
21 november 2019
Zaaknummer
18/04257
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 3:300 lid 2 BWArt. 3:301 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-tijdige inschrijving in rechtsmiddelenregister

In deze zaak stond de vraag centraal of het hoger beroep ontvankelijk was, nu het niet tijdig was ingeschreven in het rechtsmiddelenregister. De voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland had eerder een vonnis gewezen waarin eiser werd veroordeeld tot medewerking aan de verkoop en levering van een woning, met de bepaling dat het vonnis in de plaats van de akte kan komen.

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk vanwege het niet tijdig inschrijven van het rechtsmiddel in het register, een vereiste op grond van artikel 3:300 lid 2 en Pro artikel 3:301 lid 2 BW Pro. Eiser stelde cassatieberoep in tegen dit arrest, maar de Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was.

De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van het hof en veroordeelde eiser in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee werd de niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep definitief vastgesteld, waarmee de eerdere uitspraak in stand bleef.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hoger beroep blijft niet-ontvankelijk wegens niet-tijdige inschrijving in het rechtsmiddelenregister.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer18/04257
Datum22 november 2019
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
tegen
1. [verweerster 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerster 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna: [verweersters],
advocaat: mr. M.A.J.G. Janssen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak C/16/458219 / KG ZA 18-193 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Midden-Nederland van 25 april 2018;
het arrest in de zaak 200.239.964 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 augustus 2018.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. [verweersters] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [verweersters] toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweersters] begroot op € 400,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, M.J. Kroeze en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op
22 november 2019.