ECLI:NL:HR:2019:1785
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid informatiebeschikking en weigert vernietiging wegens niet-overleggen stukken
Belanghebbende stelde zich in hoger beroep tegen een informatiebeschikking van de Inspecteur die was gericht op het verkrijgen van fiscale informatie over de jaren vanaf 2006. Het Hof ’s-Hertogenbosch oordeelde dat de informatie van belang was voor de belastingheffing en verwierp het standpunt van belanghebbende dat het onderzoek alleen was gericht op de fiscale positie van een verbonden Ltd.
Het Hof constateerde dat de Inspecteur niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken had overgelegd, maar zag geen bewijs van misbruik van bevoegdheid en vond vernietiging van de informatiebeschikking ongewenst vanwege de noodzaak van effectieve fiscale controle. Belanghebbende stelde in cassatie dat het Hof ten onrechte geen sancties verbond aan het niet overleggen van stukken en dat sprake was van misbruik van bevoegdheid.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof niet onbegrijpelijk had geoordeeld dat de gevraagde informatie van belang was en dat het feit dat de Inspecteur niet alle stukken had overgelegd niet leidde tot vernietiging. Ook het argument dat de Inspecteur misbruik maakte van zijn bevoegdheid werd verworpen. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en gaf belanghebbende een termijn om alsnog aan de informatiebeschikking te voldoen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en belanghebbende krijgt vier weken om alsnog aan de informatiebeschikking te voldoen.