AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in zaak arbeidsongeschiktheidsverzekering en opzettelijke misleiding
In deze zaak stond de vraag centraal of eisers recht hadden op uitkering uit hoofde van een arbeidsongeschiktheidsverzekering bij Generali, nadat zij werkzaamheden en inkomsten hadden verzwegen. De rechtbank Midden-Nederland en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden hadden eerder de vordering van eisers afgewezen. De Hoge Raad werd gevraagd om te oordelen over het cassatieberoep dat zich richtte op de uitleg van de overeenkomst en de toepassing van de stelplicht en bewijslast bij opzettelijke misleiding.
De Hoge Raad overwoog dat de klachten van eisers niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was, aangezien geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van het hof en wees het beroep af.
Eisers werden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. De uitspraak benadrukt de strikte toepassing van de regels omtrent opzettelijke misleiding bij verzekeringen en de bewijslast die hierbij hoort, evenals de uitleg van de overeenkomst in het kader van art. 7:941 lid 5 BWPro.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eisers wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer18/03084
Datum25 oktober 2019
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1] , wonende te [woonplaats] ,
2. [eiseres 2] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers] ,
advocaat: mr. C.S.G. Janssens,
tegen
ASR SCHADEVERZEKERING N.V., als rechtsopvolger van Generali Schadeverzekering Maatschappij N.V., gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Generali,
advocaat: mr. D.M. de Knijff.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/16/382745 van de rechtbank Midden-Nederland van 19 augustus 2015;
b. het arrest in de zaak 200.187.377 van gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 april 2018.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. Generali heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2.Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 ROPro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3.Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Generali begroot op € 865,34,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, M.J. Kroeze en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 25 oktober 2019.