Uitspraak
wonende te [woonplaats], Bondsrepubliek Duitsland,
gevestigd te Arnhem,
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
19 juli 2019.
Hoge Raad
In deze civiele zaak heeft eiser beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof. De Hoge Raad verwijst naar eerdere arresten over de omvang van de rechtsstrijd na cassatie en verwijzing, met name de arresten van 5 oktober 2012 en 23 december 2016. De klachten van eiser zijn niet ontvankelijk voor cassatie omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opleveren.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de Hoge Raad het beroep eveneens verwerpt. Daarnaast wordt eiser veroordeeld in de kosten van het geding, begroot op een totaal van €3.065,34, te vermeerderen met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling.
Het arrest is gewezen door de vicepresident als voorzitter en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken door de vicepresident. Hiermee bevestigt de Hoge Raad de lijn van eerdere jurisprudentie zonder inhoudelijke motivering van de klachten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.