ECLI:NL:HR:2019:1192
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verhoogt vergoeding immateriële schade en rente bij overschrijding redelijke termijn in belastingzaak
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake een naheffingsaanslag personenauto’s en motorrijwielen. Het hof had onder meer geoordeeld over de vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn en de vergoeding van griffierecht.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte had geweigerd wettelijke rente toe te kennen over het griffierecht en dat de vergoeding van immateriële schade wegens termijnoverschrijding moest worden verhoogd tot €3.000. Tevens werd bepaald dat wettelijke rente over de immateriële schade en griffierecht vanaf vier weken na uitspraak van de rechtbank, het hof of de Hoge Raad zelf gaat lopen indien niet tijdig betaald.
De Hoge Raad veroordeelde de Staatssecretaris van Financiën en de Staat (Minister van Justitie en Veiligheid) in de proceskosten en bepaalde dat zij ieder de helft van het griffierecht van €253 aan belanghebbende moeten vergoeden. Hiermee werd het hofarrest vernietigd voor zover het de vergoeding van immateriële schade en rente betreft, en de zaak definitief afgedaan.
Uitkomst: De Hoge Raad verhoogt de vergoeding van immateriële schade tot €3.000 en kent wettelijke rente toe over griffierecht en schadevergoeding bij termijnoverschrijding.