De zaak betreft een geschil over de heffing van kansspelbelasting door de Staatssecretaris van Financiën aan belanghebbende, die internetpoker aanbiedt. Het Gerechtshof Amsterdam had geoordeeld dat de belastingheffing in strijd is met het vrije verkeer van diensten binnen de Europese Unie. De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep gegrond verklaard en het arrest van het Hof vernietigd. De Hoge Raad verwijst de zaak naar het Gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling en beslissing, met inachtneming van de overwegingen in een gelijktijdig gewezen arrest (nr. 17/02691) waarin het EU-recht op het vrije verkeer van diensten centraal stond.
De Hoge Raad oordeelde dat de plaats van vestiging van de houder van het internetpoker bepalend is voor de kwalificatie van het kansspel als binnenlands of buitenlands, en dat dit van belang is voor de toepassing van de kansspelbelasting. Er werden geen proceskosten aan de partijen opgelegd. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en vier raadsheren op 16 maart 2018.