Deze zaak betreft de belastingheffing over online poker via PokerStars.eu en de vraag of de houder van het kansspel binnen de EU (Malta) of daarbuiten (eiland Man) is gevestigd. De vestigingsplaats van de houder bepaalt of heffing van kansspelbelasting in strijd is met de EU-vrijheid van dienstenverkeer. De Hoge Raad heeft eerder geoordeeld dat de locatie van de houder, niet van de aanbieder, bepalend is.
Het Hof ’s-Hertogenbosch heeft geoordeeld dat de houder van het kansspel een in Malta gevestigde vennootschap is, Rational Gaming Europe Ltd. (RGEL), die de feitelijke organisatie van het spel voor Nederlandse spelers verzorgt. Dit oordeel is gebaseerd op de rol van RGEL als initiatiefnemer, beheerder van spelersgelden en aanspreekpunt voor opnames, en op de Maltese vergunningen en regelgeving.
De staatssecretaris van Financiën stelt in cassatie dat het Hof onjuiste maatstaven hanteert en onvoldoende heeft onderzocht wie de houder is. De advocaat-generaal concludeert dat de zeggenschap van de houder moet zien op de belangrijkste strategische beslissingen over het spel en dat het Hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat RGEL deze beslissingen neemt. Ook wordt geoordeeld dat de bewijslast dat heffing geen inbreuk maakt op de vrijheid van dienstenverkeer bij de inspecteur hoort te liggen.
De conclusie is dat zowel het principale beroep van de staatssecretaris als het incidentele beroep van belanghebbende gegrond zijn en dat de zaak moet worden verwezen voor hernieuwde beoordeling. De zaak benadrukt het belang van een zorgvuldige juridische analyse van het begrip 'houder' en de bewijslastverdeling bij grensoverschrijdende kansspelbelasting.