Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het namens de verdachte voorgestelde middel
Ik wist niets van Nederland. Ik werd opgehaald door de bazin (hof begrijpt: [medeverdachte 1] ). We gingen naar Arnhem.
Ik kreeg een kamer boven het restaurant. Het nummer van mijn verblijfsdocument is [001] , het is een verblijf voor bepaalde tijd. Verder staat op de achterkant van het document: Arbeid in loondienst [A] . Ik ben in maart 2008 met mijn bazin het gaan ophalen.
(...)
(...)
- het verzoek om [betrokkene 1] als getuige te horen, wordt afgewezen nu de noodzaak daartoe niet bestaat op grond van het navolgende. Het verzoek berust op de stelling dat de door de raadsheer-commissaris gehoorde getuigen ontlastend hebben verklaard en de verklaring van [betrokkene 1] niet ondersteunen. De verdediging wenst [betrokkene 1] hiermee te confronteren teneinde diens betrouwbaarheid (nader) te kunnen (doen) toetsen. Het is aan hof de betrouwbaarheid van verklaringen te oordelen en te beslissen aan welke verklaring(en) al dan niet geloof wordt gehecht. Het hof acht zich in dit verband voldoende geïnformeerd, onder andere doordat [betrokkene 1] meermalen bij de rechter-commissaris (in bijzijn van de raadslieden) is gehoord, zodat hij niet opnieuw hoeft te worden gehoord. Voor zover het verzoek [betrokkene 1] te horen, berust op de vraagtekens die zijn te plaatsen bij de op 22 mei 2008 uitgevoerde controle van de inspectie SZW, overweegt het hof dat het enkele feit [betrokkene 1] toen geen melding heeft gemaakt van zijn vermeende uitbuiting onvoldoende is om de noodzaak tot het horen van [betrokkene 1] aan te nemen."
3.Beoordeling van het namens de benadeelde partij voorgestelde middel
4.Beslissing
16 oktober 2018.