ECLI:NL:HR:2018:1903

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 oktober 2018
Publicatiedatum
11 oktober 2018
Zaaknummer
17/04154
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt verjaring vernietigingsbevoegdheid bij vaststellingsovereenkomst onder misbruik van omstandigheden

In deze zaak stond centraal of een vaststellingsovereenkomst die tot stand is gekomen onder invloed van misbruik van omstandigheden vernietigbaar is en of de vernietigingsbevoegdheid inmiddels is verjaard. De eiseres, Erasmus Universitair Medisch Centrum Rotterdam (EMC), stelde cassatieberoep in tegen een tussenarrest van het gerechtshof Den Haag.

De Hoge Raad verwijst voor het geding in feitelijke instanties naar eerdere uitspraken van de rechtbank Rotterdam en het gerechtshof Den Haag. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is.

De Hoge Raad bevestigt dat de verjaringstermijn van de vernietigingsbevoegdheid is aangevangen en dat het beroep op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. EMC wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee blijft het oordeel van het hof in stand dat de vernietigingsbevoegdheid is verjaard.

Uitkomst: Het cassatieberoep van EMC wordt verworpen en de vernietigingsbevoegdheid is verjaard.

Uitspraak

12 oktober 2018
Eerste Kamer
17/04154
EV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
ERASMUS UNIVERSITAIR MEDISCH CENTRUM ROTTERDAM,
gevestigd te Rotterdam,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. N.T. Dempsey,
t e g e n
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. K. Aantjes.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als EMC en [verweerder].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/10/464757 / HA ZA 14-1188 van de rechtbank Rotterdam van 9 december 2015;
b. het tussenarrest in de zaak 200.188.263 van het gerechtshof Den Haag van 30 mei 2017.
Het tussenarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het tussenarrest van het hof heeft EMC beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor EMC mede door mr. A. Stortelder.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt EMC in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 395,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, M.V. Polak, C.E. du Perron en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op
12 oktober 2018.