In deze zaak heeft de Staatssecretaris van Financiën beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 juli 2017, waarin een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2008 aan belanghebbende was bevestigd. Belanghebbende was in hoger beroep gegaan tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland.
De Advocaat-Generaal heeft op 8 maart 2018 geconcludeerd dat het cassatieberoep gegrond moet worden verklaard, maar de Hoge Raad heeft dit oordeel niet gevolgd. Het middel van de Staatssecretaris faalt op de gronden die in een gelijktijdig arrest (nr. 17/04145) zijn vermeld, dat inhoudelijk samenhangt met deze zaak.
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten van het cassatiegeding, waarbij rekening is gehouden met de samenhang tussen beide zaken. Het arrest is op 17 augustus 2018 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en vier raadsheren.