ECLI:NL:HR:2018:1094

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 juli 2018
Publicatiedatum
4 juli 2018
Zaaknummer
17/04464
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt nietigheid ontslag op staande voet en matiging loonvordering in Caribische arbeidszaak

In deze zaak staat centraal de beoordeling van een ontslag op staande voet van verzoeker, wonende te Aruba, door Hyatt Aruba N.V. De Hoge Raad verwijst naar eerdere uitspraken, waaronder een beschikking van 7 november 2014 en een beschikking van het gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba e.a. van 20 juni 2017, waarin het ontslag op staande voet nietig werd verklaard.

Verzoeker stelde beroep in cassatie in tegen de beschikking van het hof, waarin ook de matiging van de loonvordering aan de orde was. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep, waarop verzoeker reageerde. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering vereist is, aangezien geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt verzoeker in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee wordt bevestigd dat het ontslag op staande voet nietig is en dat de matiging van de loonvordering met voldoende terughoudendheid is toegepast. De uitspraak is gedaan door de vice-president en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2018.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het ontslag op staande voet blijft nietig verklaard met bevestiging van de matiging van de loonvordering.

Uitspraak

6 juli 2018
Eerste Kamer
17/04464
LZ/AR
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te Aruba,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. S. Kousedghi,
t e g e n
HYATT ARUBA N.V., handelende onder de naam Hyatt Regency Aruba Resort & Casino,
gevestigd te Oranjestad, Aruba,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. S.F. Sagel.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en Hyatt.

1.Het geding

Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:
a. zijn beschikking in de zaak 13/04452 ECLI:NL:HR:2014:3126, NJ 2014/498 van 7 november 2014;
b. de beschikking in de zaak EJ 3133/10 - ghis 56604 - H 170/12 van het gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 20 juni 2017.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2.Het tweede geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
Hyatt heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 8 juni 2018 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Hyatt begroot op € 851,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op
6 juli 2018.