Uitspraak
wonende te Aruba,
1.Het geding
2.Het tweede geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
6 juli 2018.
Hoge Raad
In deze zaak staat centraal de beoordeling van een ontslag op staande voet van verzoeker, wonende te Aruba, door Hyatt Aruba N.V. De Hoge Raad verwijst naar eerdere uitspraken, waaronder een beschikking van 7 november 2014 en een beschikking van het gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba e.a. van 20 juni 2017, waarin het ontslag op staande voet nietig werd verklaard.
Verzoeker stelde beroep in cassatie in tegen de beschikking van het hof, waarin ook de matiging van de loonvordering aan de orde was. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep, waarop verzoeker reageerde. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering vereist is, aangezien geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.
De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt verzoeker in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee wordt bevestigd dat het ontslag op staande voet nietig is en dat de matiging van de loonvordering met voldoende terughoudendheid is toegepast. De uitspraak is gedaan door de vice-president en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2018.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het ontslag op staande voet blijft nietig verklaard met bevestiging van de matiging van de loonvordering.