Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2017:899

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 mei 2017
Publicatiedatum
16 mei 2017
Zaaknummer
16/04578
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 552a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervallen van beklag ex art. 552a Sv na overlijden van klager

De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Oost-Brabant inzake een klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering. De klager is op 11 maart 2017 overleden, zoals blijkt uit een gewaarmerkt afschrift van de akte van de burgerlijke stand. De Hoge Raad stelt vast dat de wet geen voorziening kent voor de verdere behandeling van een beklag na het overlijden van de klager.

De Officier van Justitie heeft het beroep in cassatie ingesteld en een middel van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat de bestreden beschikking vernietigd moet worden en dat het beklag geacht moet worden te zijn vervallen door het overlijden van de klager.

De Hoge Raad volgt deze conclusie en vernietigt de beschikking van de rechtbank, waarbij hij ambtshalve oordeelt dat het beklag is vervallen. Hiermee wordt duidelijk dat het overlijden van de klager het einde van de procedure tot beklag ex artikel 552a Sv betekent, omdat de wet geen regeling bevat voor voortzetting na overlijden.

Uitkomst: Het beklag ex artikel 552a Sv is vervallen door het overlijden van de klager en de bestreden beschikking wordt vernietigd.

Uitspraak

16 mei 2017
Strafkamer
nr. S 16/04578 B
AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 26 juli 2016, nummer RK 15/418, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1930.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de Officier van Justitie. Deze heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal W.H. Vellinga heeft bij aanvullende conclusie geconcludeerd dat de Hoge Raad de bestreden beschikking zal vernietigen en zal verstaan dat het beklag is vervallen.
2 Ambtshalve beoordeling van de bestreden beschikking
Blijkens een aan de Hoge Raad overgelegd, door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [...] gewaarmerkt afschrift van een akte van de burgerlijke stand van die gemeente is de klager op 11 maart 2017 aldaar overleden.
Nu de wet geen voorziening kent voor de verdere behandeling van een beklag overeenkomstig art. 552a Sv na overlijden van de klager, moet het beklag geacht worden door dat overlijden te zijn vervallen.

3.Slotsom

Uit het voorgaande vloeit voort dat als volgt moet worden beslist.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden beschikking;
verstaat dat het beklag is vervallen.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
16 mei 2017.