Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Slotsom
4.Beslissing
16 mei 2017.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Oost-Brabant inzake een klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering. De klager is op 11 maart 2017 overleden, zoals blijkt uit een gewaarmerkt afschrift van de akte van de burgerlijke stand. De Hoge Raad stelt vast dat de wet geen voorziening kent voor de verdere behandeling van een beklag na het overlijden van de klager.
De Officier van Justitie heeft het beroep in cassatie ingesteld en een middel van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat de bestreden beschikking vernietigd moet worden en dat het beklag geacht moet worden te zijn vervallen door het overlijden van de klager.
De Hoge Raad volgt deze conclusie en vernietigt de beschikking van de rechtbank, waarbij hij ambtshalve oordeelt dat het beklag is vervallen. Hiermee wordt duidelijk dat het overlijden van de klager het einde van de procedure tot beklag ex artikel 552a Sv betekent, omdat de wet geen regeling bevat voor voortzetting na overlijden.
Uitkomst: Het beklag ex artikel 552a Sv is vervallen door het overlijden van de klager en de bestreden beschikking wordt vernietigd.