Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:
"1. De verklaring van de verdachte.
De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 10 december 2015 verklaard - zakelijk weergegeven - :
Op 19 maart 2015 lagen er op de begane grond in mijn winkelpand gelegen aan de [a-straat 1] te [plaats] nog twee koolstoffilters en een henneptent, kleur blauw. Ik wist eigenlijk wel dat ik deze goederen niet mocht hebben. Ik erken dat ik tekort ben geschoten in het afhandelen van mijn growshop.
2. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 maart 2015 van de politie Eenheid Den Haag met nr. PL1500-2015085970-6. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 30-54):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
Op 19 maart 2015 voerde ik samen met verbalisant [verbalisant 1] een growshopcontrole uit bij Growshop " [A] " gevestigd [a-straat 1] te [plaats] .
Dit pand betreft een bedrijfsloods en heeft een beneden en een bovenverdieping en is toegankelijk via een overhead deur.
Aan de buitenzijde van het pand werd reclame gemaakt voor deze winkel.
In het pand werden wij te woord gestaan door de eigenaar, [verdachte] . Na ons doel kenbaar te hebben gemaakt hebben wij een controle op grond van de Opiumwet uitgevoerd.
Op de begane grond zagen wij een tweetal koolstoffilters staan. Wij zagen een zogenaamde kweektent op de grond liggen.
3. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 maart 2015 van de politie Eenheid Den Haag met nr. PL1500-2015053879-2. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 28-29):
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
Op 17 februari 2015 was verbalisant [verbalisant 2] op verzoek van ploegchef opsporing [verbalisant 3] op bezoek bij de growshop gevestigd aan de [a-straat 1] in [plaats] .
Dit om de eigenaar de veranderde wetgeving per 1-3-2015, waardoor het hebben van een growshop strafbaar wordt volgens artikel 11a Opiumwet (voorbereidingshandelingen illegale hennepteelt), mede te delen.
Daar werd verbalisant [verbalisant 2] aangesproken door een man die opgaf te zijn [verdachte] . [verdachte] vertelde de eigenaar te zijn van deze growshop.
Verbalisant [verbalisant 2] heeft duidelijk aan [verdachte] het doel van zijn komst uitgelegd en gezegd dat het hebben van een growshop strafbaar is met ingang van 1 maart 2015.
Op 18-2-2015 heeft verbalisant [verbalisant 2] teruggebeld met [verdachte] en hem duidelijk gemaakt dat alle voorbereidingshandelingen strafbaar zijn per 1-3-2015. Hierna heeft verbalisant [verbalisant 2] aan [verdachte] op het door hem gegeven e-mailadres een afschrift van het staatsblad gemaild.
Op 18 februari 2015 ben ik, verbalisant, samen met verbalisant [verbalisant 4] ook langs geweest op adres Growshop, [a-straat 1] te [plaats] . Daar ook gesproken met eigenaar [verdachte] en hem wederom verteld dat (...) met ingang van 1 maart 2015 growshops verboden zijn in verband met voorbereidingshandelingen volgens artikel 11a Opiumwet (illegale hennepteelt).
Betrokkene : [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1980 te [geboorteplaats]
Bedrijf : Growshop, [a-straat 1] , [plaats] ."