ECLI:NL:HR:2017:2804

Hoge Raad

Datum uitspraak
31 oktober 2017
Publicatiedatum
31 oktober 2017
Zaaknummer
16/04132
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 359a.1.a SvArt. 359a.3 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 7 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt arrest wegens ontbreken beslissing op strafverminderingsverweer

In deze zaak stond het beroep van de verdachte in cassatie centraal tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verdediging had een pleitnota ingediend waarin een beroep op strafvermindering op grond van onrechtmatige inverzekeringstelling (art. 359a.1.a Sv) werd gedaan. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep voerde de raadsman het woord overeenkomstig deze pleitnota.

Echter bleek de pleitnota bij de stukken die aan de Hoge Raad waren toegezonden te ontbreken. Na het inwinnen van nadere informatie bij het hof werd vastgesteld dat de pleitnota verloren was geraakt en niet meer beschikbaar zou komen. De Hoge Raad ging er daarom veronderstellenderwijs van uit dat de raadsman het beroep op strafvermindering zoals in de conclusie van de Advocaat-Generaal was weergegeven, had aangevoerd.

Het hof had echter geen beslissing genomen op dit verweer, terwijl op grond van art. 359a.3 Sv een met redenen omklede beslissing vereist is. De Hoge Raad oordeelde dat dit verzuim tot cassatie leidt en vernietigde het arrest. De zaak werd terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting en afdoening van het hoger beroep, waarbij het hof alsnog een gemotiveerde beslissing moet geven op het strafverminderingsverweer.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens het ontbreken van een beslissing op het strafverminderingsverweer en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

31 oktober 2017
Strafkamer
nr. S 16/04132
CB/EC
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 1 juni 2016, nummer 21/004414-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M. Çankaya, advocaat te Lent, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2 Beoordeling van het middel
2.1.
Het middel klaagt dat het Hof geen beslissing heeft genomen op het beroep van de verdediging op strafvermindering ingevolge art. 359a, eerste lid onder a, Sv.
2.2.
Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt het volgende in:
"De verdachte en de raadsman voeren het woord tot verdediging, waarbij de raadsman het woord voert overeenkomstig zijn pleitnota, welke aan het hof is overgelegd en aan dit proces-verbaal is gehecht."
2.3.
De in genoemd proces-verbaal vermelde pleitnota ontbreekt bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken. Daarop is bij het Hof nadere informatie ingewonnen. Op grond van die informatie alsmede het voormeld proces-verbaal moet worden aangenomen dat de raadsman van de verdachte op de terechtzitting in hoger beroep het woord heeft gevoerd overeenkomstig de inhoud van een door hem overgelegde pleitnota en dat die pleitnota nadien in het ongerede is geraakt en niet meer ter beschikking zal komen. Gelet daarop gaat de Hoge Raad veronderstellenderwijs ervan uit dat de raadsman ter terechtzitting van het Hof heeft aangevoerd hetgeen in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 6 is weergegeven.
2.4.
Het Hof heeft naar aanleiding van dit verweer geen beslissing gegeven. Mede gelet op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 13 tot en met 17 moet dit verzuim tot cassatie leiden.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
31 oktober 2017.