Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Procesverloop, bewezenverklaring en bewijsvoering
3.Beoordeling van het eerste middel
4.Slotsom
5.Beslissing
31 oktober 2017.
Hoge Raad
In deze strafzaak gaat het om mishandeling van de levensgezel, waarbij het hof in het eindarrest het Openbaar Ministerie (OM) ontvankelijk verklaarde in de vervolging. Verdachte voerde herhaaldelijk het verweer aan dat het OM niet-ontvankelijk was vanwege een belangenconflict door een seksuele relatie tussen een verbalisant en de aangeefster. Dit verweer was eerder bij een tussenarrest verworpen, waarna verdachte niet-ontvankelijk werd verklaard in zijn cassatieberoep tegen dat tussenarrest.
Het hof stelde in het eindarrest dat het OM ontvankelijk was omdat het tussenarrest onherroepelijk was geworden. De Hoge Raad oordeelt echter dat het hof volgens de artikelen 348 en 358 lid 3 Sv in verbinding met artikel 422 lid 1 Sv Pro de ontvankelijkheid van het OM moet onderzoeken op basis van het onderzoek ter terechtzitting dat tot het eindarrest heeft geleid en dat het hof een uitdrukkelijke beslissing over het verweer van niet-ontvankelijkheid moet geven in datzelfde eindarrest.
Het hof heeft dit vereiste miskend door het verweer in het eindarrest af te wijzen met de verwijzing naar het onherroepelijk geworden tussenarrest, zonder een zelfstandige beslissing te nemen. De samenstelling van het hof bij het eindarrest en het feit dat verdachte niet-ontvankelijk werd verklaard in zijn cassatieberoep tegen het tussenarrest zijn volgens de Hoge Raad niet relevant.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het bestreden arrest en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag voor hernieuwde berechting en beslissing in het hoger beroep, waarbij het hof de ontvankelijkheid van het OM opnieuw en volledig moet beoordelen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en verwijst zaak terug voor hernieuwde beoordeling ontvankelijkheid OM.