Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.De conclusie van de Advocaat-Generaal
4.Beoordeling van de aanvraag
5.Beslissing
19 september 2017.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een arrest van het Gerechtshof Amsterdam uit 2010, waarin de aanvrager werd veroordeeld voor medeplegen van zware mishandeling met de dood tot gevolg, medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving en overtreding van de Opiumwet. De veroordeling berustte op een procedure waarin het aanwezigheidsrecht van de verdachte, die in Noorwegen was gedetineerd, werd geschonden.
De aanvraag tot herziening is gebaseerd op een uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) van 14 februari 2017, waarin werd vastgesteld dat artikel 6, eerste en derde lid, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) was geschonden in de oorspronkelijke procedure. Dit betreft het recht op een eerlijk proces, met name het recht van de verdachte om aanwezig te zijn tijdens zijn berechting.
De Advocaat-Generaal concludeerde dat de Hoge Raad de aanvraag gegrond moest verklaren, de tenuitvoerlegging van het arrest moest opschorten of schorsen en de zaak moest verwijzen naar een ander gerechtshof voor hernieuwde berechting. De Hoge Raad volgde deze conclusie en besloot de aanvraag tot herziening gegrond te verklaren, de tenuitvoerlegging van het arrest op te schorten en de zaak te verwijzen naar het Gerechtshof Den Haag.
Hierdoor wordt het eerdere arrest van het Gerechtshof Amsterdam vernietigd en wordt de zaak opnieuw behandeld, met inachtneming van het aanwezigheidsrecht van de verdachte, zodat rechtsherstel kan plaatsvinden.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening gegrond en verwijst de zaak voor hernieuwde berechting naar het Gerechtshof Den Haag.