Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
11 juli 2017.
Hoge Raad
De verdachte, geboren in 1993, stelde cassatieberoep in tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 15 oktober 2015 in een strafzaak. Namens de verdachte diende advocaat B.P. de Boer een middel van cassatie in. De Advocaat-Generaal P.C. Vegter concludeerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat, gelet op artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, geen nadere motivering nodig was omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest werd op 11 juli 2017 gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, samen met raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het arrest van het Gerechtshof Amsterdam in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is verworpen, arrest Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.