Uitspraak
gevestigd te Leerdam,
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Aarle-Rixtel, gemeente Laarbeek,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
9 juni 2017.
Hoge Raad
In deze zaak stond centraal de vraag aan wie het depotbedrag toebehoort nadat een financier van een aandelentransactie geld had gestort op een kwaliteitsrekening bij een notaris, maar een deel van het geld in strijd met de financieringsvoorwaarden werd overgemaakt naar een depotrekening.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen en arresten van lagere instanties en behandelt het cassatieberoep van Zürich tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 13 oktober 2015. Hofstad c.s. verwerpen het beroep en tegen Rixtel is verstek verleend.
De Hoge Raad oordeelt dat de klachten van Zürich geen aanleiding geven tot cassatie, mede omdat deze niet leiden tot rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep wordt verworpen en Zürich wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Het arrest is gewezen door de vice-president en vier raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 9 juni 2017.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van Zürich en bevestigt dat het depotbedrag toebehoort aan de financier.