Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Slotsom
4.Beslissing
23 februari 2016.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie van de verdachte behandeld tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof Den Haag. De kern van het geschil betrof de geldigheid van de betekening van de dagvaarding in hoger beroep.
De Hoge Raad heeft vastgesteld dat de verdachte vanaf 30 mei 2012 stond ingeschreven in de basisregistratie persoonsgegevens van de gemeente Zwijndrecht op een briefadres. De dagvaarding in hoger beroep was echter niet betekend op dit adres conform art. 588 Sv Pro, waardoor de dagvaarding nietig is. Dit oordeel strookt met eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2015:3323).
De Hoge Raad concludeert dat het oordeel van het hof dat de dagvaarding rechtsgeldig was betekend onjuist is. Daarom vernietigt de Hoge Raad het bestreden arrest en verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor een nieuwe behandeling en beslissing op het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig wegens niet-rechtsgeldige betekening.